AI
We vroegen Chat GPT naar de meest actuele vragen en zorgen van maatschappijen wereldwijd op het gebied van AI-gebruik (los van grote thema’s als defensie, geopolitiek en dergelijke).
Dit is het antwoord:
Als je defensie, geopolitieke AI-wedloop, autonome wapens en puur technische AI-safety-vraagstukken even buiten beschouwing laat, zie je in 2026 een opvallende verschuiving: de maatschappelijke discussie gaat steeds minder alleen over “wat kan AI?” en steeds meer over “wat doet grootschalig AI-gebruik met mensen en samenlevingen?”
De Stanford AI Index 2026 laat bijvoorbeeld een interessante paradox zien: wereldwijd ziet 59% meer voordelen dan nadelen van AI, maar tegelijkertijd zegt 52% dat AI hen nerveus maakt.
Enkele actuele maatschappelijke vragen:
(en wij maakten daaruit een keuze waarover we zeker gaan berichten, red.)
1. Wat gebeurt er met ons vermogen om zelf te denken?
Dit wordt een van de interessantste vragen. Niet ‘Kan AI goed redeneren?’, maar: wat gebeurt er met óns redeneren wanneer AI dat steeds vaker voor ons doet?
Denk aan kritisch denken, probleemoplossend vermogen, schrijven, geheugen, concentratie, informatie zoeken, argumenteren en zelfstandig tot een oordeel komen.
Vooral rond jongeren en onderwijs groeit de zorg over mogelijke cognitive offloading: vaardigheden worden minder geoefend omdat een AI-systeem het werk overneemt. Onderzoek onder jongeren en ouders laat inmiddels expliciete zorgen zien over erosie van kritisch denken.
2. Kunnen we nog onderscheiden wat waar, echt en betrouwbaar is?
Generatieve AI maakt tekst, foto’s, stemmen en video’s goedkoop en vrijwel onbeperkt reproduceerbaar. Daardoor ontstaat een fundamenteler probleem dan alleen ‘nepnieuws’: wat gebeurt er met een samenleving wanneer bewijs zelf verdacht wordt?
Niet alleen de deepfake is een probleem. Ook echte beelden kunnen straks worden afgedaan als AI. En wanneer grote hoeveelheden middelmatige of onbetrouwbare AI-content het internet vullen, wordt ook de informatieomgeving waarop toekomstige AI wordt gebouwd problematischer.
Volgens het World Economic Forum maakt wereldwijd 58% zich zorgen over het kunnen onderscheiden van waarheid en onwaarheid in online nieuws. In Nederland noemt het CBS verspreiding van nepnieuws momenteel zelfs de grootste AI-zorg: 69,5% zegt zich daar veel zorgen over te maken.
3. Wat gebeurt er met menselijke relaties en empathie?
Hier ligt een fascinerende paradox.
AI kan mensen helpen communiceren: een moeilijke mail formuleren, een conflict analyseren, gevoelens onder woorden brengen of het perspectief van iemand anders begrijpen.
Maar tegelijkertijd ontstaat de vraag: wat gebeurt er met empathie wanneer we het moeilijke menselijke werk van luisteren, formuleren en begrijpen gedeeltelijk uitbesteden?
Daaronder ligt een nog fundamentelere kwestie: gaan we menselijke relaties uiteindelijk beoordelen aan de hand van het comfort dat machines bieden — altijd geduldig, beschikbaar, bevestigend en op ons afgestemd?
4. Wat moeten kinderen eigenlijk nog leren?
Dit is naar mijn idee een van de grootste maatschappelijke AI-vragen van de komende jaren.
Als AI kan vertalen, programmeren, samenvatten, rekenen, schrijven en uitleggen: wat behoort een mens dan nog zelf te kunnen? Feitenkennis? Schrijven? Rekenen? Programmeren? Een vreemde taal? Een essay maken zonder AI?
Daarachter zit een cruciaal onderscheid tussen een taak kunnen uitvoeren met AI en iets daadwerkelijk begrijpen.
Onderwijs moet dus niet alleen beslissen of leerlingen AI mogen gebruiken, maar veel fundamenteler: welke cognitieve vermogens willen we dat mensen blijven ontwikkelen, juist omdat AI bestaat?
5. Wat gebeurt er met creativiteit en kunst?
Hier verschuift de discussie van copyright naar iets fundamentelers.
Als vrijwel iedereen binnen seconden een behoorlijk beeld, lied, filmpje of tekst kan produceren, wat verstaan we dan nog onder creativiteit?
Wordt menselijke creativiteit bevrijd omdat technische barrières verdwijnen? Of ontstaat een culturele monocultuur doordat miljoenen mensen creëren via dezelfde modellen, datasets en esthetische patronen?
En verandert onze waardering voor kunst wanneer we niet meer weten hoeveel menselijke intentie, moeite en vakmanschap erin zit?
Opvallend is dat jonge Amerikanen inmiddels ongeveer even vaak zeggen dat chatbots hun creativiteit schaden als dat ze die helpen.
6. Vergroot AI maatschappelijke ongelijkheid?
(De redactie van dit platform zal deze invalshoek iets anders aanvliegen)
De eerste digitale kloof ging over toegang tot internet. De nieuwe kloof kan veel subtieler worden: wie weet AI werkelijk goed te gebruiken?
Iemand met goede opleiding, vakkennis, taalvaardigheid en kritisch denkvermogen kan AI als enorme intellectuele hefboom gebruiken. Iemand zonder die basis kan juist afhankelijk worden van AI en moeilijker beoordelen wanneer het systeem onzin produceert.
Dan ontstaat de paradox dat dezelfde technologie die kennis democratiseert tegelijkertijd kennisongelijkheid kan vergroten.
Het CBS ziet dit ook terug: bijna twee derde van de Nederlanders verwacht dat AI tot meer ongelijkheid kan leiden. Mondiaal zijn bovendien grote verschillen in adoptie en infrastructuur zichtbaar.
7. En misschien de belangrijkste vraag: wat willen we níét uitbesteden?
Dit is volgens mij de vraag die al deze onderwerpen met elkaar verbindt.
We vragen vaak:
Wat kan AI van mensen overnemen?
Maar maatschappelijk is misschien de belangrijkere vraag:
Wat willen we als samenleving dat mensen zelf blijven doen, zelfs wanneer AI het sneller of beter kan?
Zelf leren. Zelf nadenken. Zelf iemand troosten. Zelf een oordeel vormen. Zelf verantwoordelijkheid nemen. Zelf creëren. Zelf beslissen.
Dat is uiteindelijk geen technologische maar een normatieve vraag.
Hoe gebruiken wij AI?
Wij omarmen AI als assistent, maar laten AI beslist geen artikelen schrijven. Daar zijn wij zelf veel te goed in :)*. Waar is AI wel nuttig voor: hulp bij brainstormen, invalshoeken aanscherpen, feedback leveren, bronnen en interviewkandidaten zoeken, et cetera. Maar we zijn tegelijkertijd zeer kritisch op hetgeen de AI-assistenten (zoals Chat GPT, Perplexity, Claude en Gemini) ons voorschotelen. Ofwel: we blijven zelf altijd kritisch nadenken en leveren ons niet uit.
*Als we een tekst of samenvatting door een AI-assistent laten schrijven, vermelden we dit. Deze teksten hebben we dan wel eerst kritisch gelezen, inhoudelijk gecheckt en waar nodig geredigeerd.
De redactie



